Press room

Maak van woonbonus geen ruimtelijk instrument

Vooral gemeenten moeten meer verdichting mogelijk maken 

In De Tijd van 20 november pleitte ingenieur-architect Leo Van Broeck voor een afschaffing van de woonbonus voor wie in het buitengebied wil wonen. Volgens Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw, is de woonbonus niet geschikt als instrument om een beleid van ruimtelijke ordening te voeren. Onder invloed van de markt zijn bouw- en vastgoedbedrijven nu al volop bezig met dichter bouwen en minder ruimte gebruiken, ondanks de sterk stijgende bevolking. Het zijn vaak de gemeenten die onder meer met hun verordeningen een grotere verdichting of een multifunctionele invulling van de ruimte tegengaan. 

Het aandeel van de flats in de totaal vergunde nieuwbouw is toegenomen van 35% in 1996 tot 58% in 2013. Tegelijk is de gemiddelde bewoonbare oppervlakte per vergunde woning in Vlaanderen gedaald van 134 tot 102 m². De gemiddelde oppervlakte in de huidige verkavelingen bedraagt nog ongeveer 3 are. Door de overschakeling naar meer appartementen en een kleinere gemiddelde perceeloppervlakte is de extra ruimte die nodig is om onze stijgende bevolking op te vangen, sedert de jaren 80 en 90 sterk gedaald. 

Continu dalend ruimtegebruik voor wonen 

Eind van de jaren 80 en begin van de jaren 90 werd jaarlijks nog ongeveer 30 km² bijkomend in gebruik genomen om te wonen terwijl in 2010 nog maar circa 15 km² extra voor wonen werd bebouwd. We gaan ervan uit dat deze trend zich in de toekomst zal verderzetten. Volgens ons is het dus niet nodig paardenmiddelen uit te denken om op ruimtelijk vlak een trendbreuk te realiseren. De bouw- en vastgoedmarkt past zich nu al automatisch aan, zelfs sneller dan de ruimtelijke structuurplannen van de overheid.  

Het resultaat van deze evolutie is dat we een antwoord kunnen geven op de vraag naar bijkomende woningen van de groeiende bevolking binnen de ruimte die op dit ogenblik voor wonen is bestemd. Gewestplannen reserveren momenteel 16,5% van de totale Vlaamse oppervlakte voor wonen. Deze begrenzing ligt duidelijk vast. Ook de VCB pleit niet voor een uitbreiding. De sector zal zich immers blijven aanpassen aan de krimpende nog niet bebouwde ruimte binnen de gebieden die voor wonen zijn bestemd. 

De woonbehoeften van de huidige en toekomstige Vlamingen zullen dus kunnen worden ingevuld zonder dat hiervoor landbouw-, natuur- of recreatiegebied moet worden opgeofferd. Berichten die spreken over een doemscenario van een volgebouwd Vlaanderen houden onvoldoende rekening met de huidige bouwtrends, de vertraging van het bodemgebruik voor wonen en de juridische voorraad die voor wonen is bestemd. 

Dat Vlaanderen volgebouwd lijkt, heeft te maken met de traditionele lintbebouwing. Maar het is niet realistisch tendensen op het vlak van ruimtebeslag uit het verleden zomaar verder te projecteren naar de toekomst. De Vlaamse bouwbedrijven maken op dit ogenblik veel efficiënter gebruik van de ruimte dan voorheen.  

Bovendien krijgen we juist bij de aanvang van deze eeuw te maken met een forse bevolkingsgroei. Het aanbod aan woningen moet dan ook worden verhoogd. Binnen de 16,5% van de Vlaamse oppervlakte die voor wonen is bestemd, is dat slechts mogelijk via een dubbele strategie: door verdichting van reeds bebouwde gebieden en tegelijk door het verstandig aansnijden van woonuitbreidingsgebieden, zoals trouwens het nieuwe Vlaamse regeerakkoord bepaalt.  

De overheid mag slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden enkel opgeven als ze elders worden gecompenseerd. We zijn momenteel aan het onderzoeken in welke mate verhandelbare rechten hierbij kunnen helpen. 

Afremmende verordeningen 

In het kader van haar visierapport voor 2014 heeft de VCB onderzocht hoe de stadsbesturen van 33 Vlaamse gemeenten met 30.000 inwoners en meer met verdichting omgaan. In 13 steden die 23% van de Vlaamse bevolking omvatten, legt de stedenbouwkundige verordening beperkingen op rond het opsplitsen van eengezinswoningen. Bovendien bestaat in twee steden een woningtypetoets: in Kortrijk en Gent. Zij hebben uitdrukkelijk tot doel de “verappartementisering” af te remmen en in Gent zelfs om het aantal eengezinswoningen uit te breiden.  

De VCB dringt dan ook aan op een grondige screening van de bestaande stedenbouwkundige verordeningen. Zij mogen naar de toekomst geen belemmering vormen om tot een betaalbare stadsverdichting te komen. Zij moeten de bouw- en vastgoedsector toelaten op een flexibele manier in te spelen op lokale woonbehoeften, gezinssituaties en koopkrachtverhoudingen.

Verwevenheid van functies 

Nog een belangrijk principe om de open ruimte te vrijwaren is die van ‘multifunctioneel ruimtegebruik’ en ‘het verweven van functies’. Dit principe staat uitdrukkelijk vermeld in het Vlaams regeerakkoord. De VCB hoopt dat dit principe niet alleen voor de Vlaamse overheid maar de komende jaren ook voor de gemeentelijke overheden een belangrijke leidraad zal worden in hun ruimtelijke planning.