Press room

Dure bouwgronden belangrijkste rem voor kandidaat-bouwers

Versnelde vrijgave van bouwgronden moet stijging van bouwgrondprijzen afremmen

Voor 28% van de Vlamingen zijn de hoge bouwgrondprijzen de belangrijkste rem om nog een nieuwe woning op te richten. Dat blijkt uit een recente bevraging van kandidaat-bouwers die de VCB in januari van dit jaar samen met Livios heeft georganiseerd. In Vlaanderen zijn de bouwgrondprijzen sedert 2001 ongeveer verdriedubbeld terwijl de consumptie-index slechts met een derde is toegenomen. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) dringt er daarom op aan dat gemeentebesturen de gebieden die voor wonen zijn bestemd, sneller voor nieuwe woningen beschikbaar stellen en op deze gebieden een hogere dichtheid mogelijk maken. Met de huidige schaarste dreigen de bouwgrondprijzen exponentieel te blijven stijgen.

Uit een publieksvraag die in januari op de consumentenwebsite van Livios werd gesteld, is gebleken dat de hoge bouwgrondprijzen 28% van de Vlamingen ervan weerhoudt om een nieuwe woning te bouwen. Bij 21% vormde de lening de grootste rem: 14% antwoordde dat zij te weinig middelen hadden voor een voldoende eigen inbreng en 7% dat de lening te zwaar zou uitvallen. De hoge eisen op het vlak van energiebesparing en hernieuwbare energie voor nieuwbouw schrikken 10% van de Vlamingen af.

Onzekerheid over de job of over het voortbestaan van de woonbonus en andere premies speelt nauwelijks nog een rol. De federale regering heeft immers beslist om het huidige systeem van de woonbonus onverkort te handhaven tot eind 2014. Voorts vinkte ongeveer een kwart nog een andere reden aan. Daarbij blijkt het onder meer te gaan om de traagheid waarmee vergunningen voor nieuwe woningen worden afgeleverd, en de strikte eisen die de overheid daarbij oplegt.

Open brief naar gemeenten

De VCB heeft intussen via de lokale bouwconfederaties een open brief verstuurd naar de gemeenten om hen ertoe aan te zetten de oppervlakte die voor wonen is bestemd, sneller en intensiever ter beschikking te stellen. Die oppervlakte wordt vaak overschat. Het aandeel van de voor wonen bestemde gebieden varieert per provincie maar tussen 12% (in West-Vlaanderen) en 19% (in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant).

Toch is het volgens de VCB mogelijk de toenemende bevolking op te vangen op de beperkte oppervlakte die voor wonen is voorbehouden. De sterke bevolkingsgroei opvangen op deze beperkte ruimte vergt wel een combinatie van maatregelen. De lokale bouwconfederaties vroegen in hun open brief aan de gemeenten:

  • meer verdichting en woongebouwen met een groter aantal bouwlagen toe te staan;

  • in te zetten op de renovatie en uitbreiding van bestaande woonpanden en op afbraak en vervangende nieuwbouw waar renovatie niet mogelijk is op een economisch rendabele manier;

  • reeds eerder opgezette stads- en dorpsvernieuwingsprojecten onverminderd voort te zetten en nieuwe projecten zo snel mogelijk op te starten in de wetenschap dat een stads- en dorpsvernieuwingsproject van concept tot finale afwerking gemakkelijk tien jaar in beslag neemt.

Onbebouwde percelen versneld laten aansnijden

Maar zelfs als de gemeenten deze drie maatregelen treffen, zullen zij nog niet volstaan om de fors groeiende bevolking op te vangen. Bijkomend vroegen de lokale bouwconfederaties dat de gemeenten de percelen in woongebieden die nog onbebouwd zijn, maximaal voor wonen benutten. In Vlaanderen zijn in de woongebieden nog 311.615 onbebouwde percelen beschikbaar. In dit cijfer zijn de woonuitbreidingsgebieden inbegrepen. In vergelijking met de geschatte bevolkingstoename met 636.000 mensen tussen 2010 en 2030 en in het licht van de almaar kleinere gezinnen is deze voorraad behoorlijk krap. 

Deze krapte verklaart de blijvend forse stijging van de bouwgrondprijzen. De woningbouwers leveren zelf maximale inspanningen om compacter te bouwen. In plaats van viergevelwoningen schakelen zij in hun verkavelingen steeds meer over naar driegevel- en rijwoningen op bouwpercelen van ongeveer drie are. Bovendien verlopen de bouwmateriaalkosten de laatste jaren parallel met de consumptie-index. Het zal dus niet aan de bouw liggen dat steeds meer Vlamingen er niet in slagen nog een nieuwbouw te verwerven.

Samen met de lokale bouwconfederaties vraagt de VCB aan de gemeenten ook hun verantwoordelijkheid te nemen door de 16,5% van de Vlaamse oppervlakte die voor wonen is bestemd, sneller en efficiënter te laten aansnijden, inclusief de woonuitbreidingsgebieden. Zoniet zal de schaarste verder toenemen en zullen de bouwgrondprijzen ook de komende jaren sterker blijven toenemen dan de consumptie-index. Het aantal bijkomende woningen dreigt daardoor steeds verder achterop te lopen op de sterke toename van de bevolking.

Cijfermateriaal als bijlage (pdf) :

  • Vergunningen, bevolkingsevolutie en bestemde oppervlakte per provincie
  • Verloop van bouwgrondprijzen, ABEX-index voor bouwmaterialenkosten en index van consumptieprijzen