Press room

65% van bouwbedrijven kan opdrachten niet uitvoeren door gebrek aan ingenieurs

Bouw staat nu reeds in voor kwart van knelpuntvacatures voor ingenieurs 

Bijna twee derden van de bouwbedrijven kunnen bepaalde opdrachten niet uitvoeren bij gebrek aan ingenieurs. Dat is gebleken uit een enquête van de VCB (Vlaamse Confederatie Bouw) bij 51 bouwbedrijven die in totaal 1.154 ingenieurs tewerkstellen. Maar liefst 84% van de respondenten ondervindt moeilijkheden om voldoende ingenieurs aan te trekken en 86% vindt bovendien dat de situatie in de toekomst alleen nog zal verergeren. Tegelijk blijkt uit cijfers van de VDAB dat de bouw nu reeds een kwart van het aantal knelpuntvacatures voor ingenieurs vertegenwoordigt. 

Om dan toch het acute tekort aan ingenieurs op te vangen rekruteert 71% ruimer dan op mensen met precies de gevraagde ervaring en kennis. Zij gaan ook rekruteren bij pas afgestudeerden. Ouderen krijgen eveneens een kans, evenals werkzoekenden. 59% heeft vrouwelijke ingenieurs in dienst. De bouwingenieurs vormen niet langer een mannenbastion. 

Maximaal streven naar personeelsbehoud 

69% van de bedrijven probeert vooral optimaal de talenten van de bestaande medewerkers te benutten. Het tekort aan ingenieurs spoort hen aan tot retentie van het bestaande personeel. De laatste jaren is het aantal afgestudeerden in de opleiding voor professionele bouwbachelor fors gestegen. Vandaar dat 65% van de bedrijven nu bachelors inschakelen voor taken die normaal door een ingenieur zouden gebeuren. 

Verder blijkt uit de resultaten van de enquête dat bouwbedrijven minder geneigd zijn ruimer te rekruteren dan bouwkundige ingenieurs, zoals onder meer bij architecten, bio-ingenieurs en ingenieurs mechanica. Deze optie wordt slechts door 23% van de respondenten gevolgd. Toch blijkt dat de toekomstperspectieven voor architecten en bio-ingenieurs minder gunstig zijn dan voor bouwingenieurs. Maar dit vergt een grondige omscholing die niet alleen door de bedrijven kan worden gedragen. Universiteiten, VDAB en het vormingsfonds Cevora moeten de sector daarbij ondersteunen. 

Tenslotte doet slechts 18% van de Vlaamse bouwbedrijven een beroep op buitenlandse ingenieurs. De oplossing moet voornamelijk van de binnenlandse arbeidsmarkt komen. Nederlandstalige bestekken lezen en op de werf kunnen communiceren met opdrachtgevers, ontwerpers, eigen werknemers en onderaannemers vergt nu eenmaal een goede beheersing van de Nederlandse taal. 

57% van de respondenten legt zich toe op de oprichting van gebouwen, 31% voert infrastructuurwerken uit en 12% in bezig met afwerking en installatie. 59% van de antwoorden kwamen uit bouwbedrijven met meer dan 100 werknemers en 41% uit kleinere bouwbedrijven. 

Groeiend belang van bouw in aantal knelpuntberoepen 

Op basis van de studie van de VDAB over de knelpuntberoepen in detail voor 2016 blijkt dat voor mensen met een masteropleiding:

  • 130 jobs werden ontvangen voor profielen van de bouw zoals conducteur, werfleider, calculator bouw, technicus voor een studiebureau en bouwkundig tekenaar;
  • 468  jobs voor profielen van de industrie zoals expert onderzoek en ontwikkeling, allerlei technisch leidinggevenden, technici voor proces en productie, technicus en ontwerper voor industriële automatisering, tekenaar ontwerper-mechanica;
  • 907 jobs voor ICT-profielen zoals ICT-bedrijfsanalist, integratie en implementatie expert ICT, netwerkbeheerder en analist-ontwikkelaar.

Dit betekent concreet dat de bouw een zeer belangrijk aandeel (ongeveer een vierde) van al de technisch gerichte ingenieurs inneemt. Naarmate de digitalisering in de bouw toeneemt, is ook in de bouw almaar meer behoefte aan ICT-deskundigen met een masterdiploma. Naarmate ook de automatisering, de prefabricatie en de robotisering in de bouw aan belang wint, zal er eveneens in de bouw almaar vaker behoefte zijn aan ingenieurs met een meer industrieel profiel. 

Te lage instroom van masters voor de bouw 

Wat betreft specifiek de master- en bacheloropleidingen voor de bouw, stelt de VCB op basis van het aantal afgestudeerden de volgende tendensen vast:

  • fors stijgend voor het aantal bouwbachelors: van een 80-tal in 2006-2007 tot circa 250 in 2015-2016 (meer dan verdrievoudigd), dankzij drie bijkomende opleidingen in Oostende, Geel en Diepenbeek;
  • een forse daling van het aantal industrieel ingenieurs voor de bouw vanaf 2006-2007 maar vanaf 2010-2011 opnieuw een lichte stijging maar toch onvoldoende om het verlies van het eerste decennium goed te maken (dit komt neer op een daling van 334 in 2006-2007 tot 309 in 2015-2016);
  • een opmerkelijk status-quo voor de burgerlijk ingenieurs bouw op een (veel te) laag niveau: per jaar studeren amper 120 burgerlijk ingenieurs bouw af;
  • een relatief sterke stijging voor de architectuuropleidingen: van 260 tot 329 op tien jaar tijd (met ongeveer een kwart) ondanks recent onderzoek dat aantoonde dat amper 27% van de architecten tevreden is over hun vergoeding en 65% klaagt over financiële onzekerheid;
  • een status-quo voor de ingenieur-architecten op circa 140 afgestudeerden per jaar.

Groot aantal vacatures en nog beperkt aantal werkzoekenden 

Als we nu de recentste cijfers over het aantal afgestudeerden (680 voor bachelors en masters bouw samen) vergelijken met het aantal vacatures, komt duidelijk tot uiting hoe laag die liggen in vergelijking met de behoeften op de arbeidsmarkt. Alleen al voor werfleider waren er op een jaar tijd 1.682 ontvangen vacatures, voor conducteur bouw 636 ontvangen vacatures en voor calculator bouw 765 ontvangen vacatures. Tegelijk telt de VDAB amper werklozen voor deze beroepen: 351 voor werfleider, 90 voor conducteur en 193 voor calculator bouw. Bovendien zijn er op dit vlak belangrijke provinciale verschillen. In West-Vlaanderen bijvoorbeeld zijn amper 50 werfleiders, 20 bouwcalculators en 16 conducteurs bouw nog op zoek naar werk.