Press room

Uitgangspunt van witboek Beleidsruimte Vlaanderen onvoldoende gefundeerd

Reactie  professor sociale geografie  Ben  Derudder  (UGent) op cijfermateriaal BRV

De cijfers waarvan het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen uitgaan, zijn zeer betwistbaar. Dat blijkt uit een analyse die prof. Ben Derudder heeft ondernomen. Deze analyse ondergraaft de claim van het witboek dat het ruimtebeslag tegen 2050 41,5% zal bedragen als de huidige trends aanhouden. De VCB roept daarom op tot een grondige onafhankelijke tegenanalyse van de statistische uitgangspunten van het witboek. Zolang hierover geen klaarheid bestaat, mag de overheid geen enkele beleidsdaad stellen die van het witboek uitgaat. 

Het witboek gaat volgens prof. Derudder erg onzorgvuldig om met de referentie naar de 41,5% ruimtebeslag in 2050 uit het doctoraat van Lien Poelmans. De referentie wordt zelfs geheel inadequaat geciteerd. Een confrontatie met andere studies leert bovendien dat dit cijfer erg onwaarschijnlijk is. Een ruimtebeslag van 41,5% is wat men zou krijgen indien de trend tussen 1976 en 2000 zich zou verderzetten. We zijn evenwel al 17 jaar verder. Het is duidelijk dat een aantal trends intussen naar beneden werden bijgestuurd. Meer recente cijfers tonen aan dat kavelgroottes afnemen én het ruimtebeslag minder snel groeit.  Kan in die context nog verwezen worden naar een extrapolatie op basis van gegevens die dateren van 1976 tot 2000? Nog een bedenking in dit verband is waarom in het witboek geen expliciete en ondubbelzinnige referenties naar de bronnen inzake ruimtebeslag werden opgenomen.

Uit het RuimteModel Vlaanderen, een recentere studie van de VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) over ruimtegebruik, blijkt wat volgt: “The major determinant of the spatial pattern of urban expansion seems to be the zoning status.” Deze recentere studie bevestigt dus het belang van de ruimtelijke afbakening zoals die blijkt uit gewest- en ruimtelijke uitvoeringsplannen. Die beperken de oppervlakte die bestemd is voor wonen, tot 16,5% van de Vlaamse oppervlakte.

Het lijkt vanuit modelleringsperspectief ook overdreven om aan te nemen dat alles wat niet expliciet niet-residentieel is alsnog residentieel kan worden tegen 2050, met of zonder omslag in het beleid. Een ruimtebeslag van 41,5% is ook om deze reden onwaarschijnlijk. De resultaten van het RuimteModel Vlaanderen suggereren trouwens een evolutie van de verstedelijking van 27% naar 35% in 2050 en van de verstening van 8% naar 10%. Ook daarin is nergens sprake van een ruimtebeslag van 41,5%.

Tenslotte is het opvallend dat er geen noemenswaardige correlatie bestaat tussen omzet in de bouwnijverheid en ruimtebeslag. Een interpretatie van dit resultaat is niet eenvoudig maar het lijkt aannemelijk dat dit onder andere betekent dat de bouwnijverheid al een omslag heeft gemaakt naar ruimtezuiniger werken. De VITO-studie met het RuimteModel in opdracht van Ruimte Vlaanderen suggereert bovendien dat er geen duidelijk verband is tussen demografische groei en groei in ruimtegebruik.