Press room

VCB waarschuwt voor eenzijdige verdichting rond spoorwegstations

Gebieden met belangrijke bevolkingsgroei krijgen nog weinig ontwikkelingskansen

Het witboek voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen streeft naar meer verdichting en bepaalt bovendien dat vooral moet worden verdicht rond ‘collectieve vervoersknooppunten’. Wat met dit begrip wordt bedoeld, staat niet duidelijk in het witboek. Maar uit een kaart die de VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) heeft uitgebracht, worden daarmee vooral spoorwegstations en tram- en bushaltes bedoeld. Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw kan dit ertoe leiden dat in heel wat regio’s met een beperkt collectief vervoersnet, zoals grote delen van Limburg en West-Vlaanderen, geen verdere ontwikkeling meer mogelijk wordt, ook al groeit daar de bevolking.

Voor de ruimtelijke ordening in zeer belangrijke mate vertrekken van het spoorwegnet heeft heel wat nadelen. Het Vlaamse Gewest maakt zijn ruimtelijke ordening dan afhankelijk van infrastructuur waarvan de uitbouw op federaal niveau wordt bepaald. Het is geweten dat de investeringen in nieuwe spoorlijnen op federaal niveau fors werden verlaagd. De Vlaamse overheid heeft enkel vat op de investeringen in bus- en tramverbindingen door De Lijn.

Met name in Limburg en het zuidwesten van West-Vlaanderen bestaat maar een beperkt spoorwegaanbod. In Limburg zouden dan enkel Hasselt, Genk en Sint-Truiden zich meer kunnen ontwikkelen en de overige gebieden veel minder. Ook de Westhoek zou dan nog weinig ontwikkelingskansen krijgen.

Het is niet logisch de ruimtelijke ordening te laten afhangen van verkeersmiddelen die amper instaan voor 22% van het totale personenvervoer waarvan 8% voor de trein en 14% voor bus en tram. Het is de bevolkingsgroei die de vraag naar bijkomende woningen bepaalt. Voor de verdere ontwikkeling van de woningbouw is het veel logischer uit te gaan van de vraag naar woningen dan van het aanbod van spoorweginfrastructuur, bus- en tramlijnen.

Bovendien komt de ligging van collectieve vervoersknooppunten niet overeen met de plaatsen met demografische groei. Neem bijvoorbeeld het noorden van de provincie Antwerpen rond Hoogstraten. De bevolking neemt er de komende 15 jaar wellicht sterk toe maar er is amper een collectief vervoersknooppunt voorhanden. Hetzelfde geldt voor de gemeenten rond Diksmuide, voor het Hageland, voor de gemeenten rond Beringen en Peer en de gemeenten rond Herentals. Kortrijk en Leuven zijn dan wel belangrijke vervoersknooppunten maar voor die gemeenten wordt van 2015 tot 2030 nog amper demografische groei voorspeld.

Voorts geeft ook het witboek mee dat met name rond stations niet alleen plaats moet zijn voor extra woongelegenheden maar ook voor extra werkplekken. De VCB wijst er in dit verband op dat verdichting gemakkelijker kan worden bereikt via werkplekken met gemiddeld 10 m² per persoon dan met nieuwe flats met gemiddeld 70 m² per gezin.

Tenslotte komt de oefening van VITO neer op een aanzienlijke versterking van de Vlaamse Ruit, met name het stuk Vlaanderen tussen Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel, zoals duidelijk blijkt uit de kaart hieronder. Nu reeds is de Vlaamse Ruit de meest filegevoelige regio van Vlaanderen. De klemtoon op de verdere ontwikkeling van Vlaanderen daar leggen, betekent zonder forse extra investeringen in bijkomende infrastructuur nog meer files. Dat zal de CO2-uitstoot in deze regio verder doen toenemen terwijl de reductie van CO2 toch ook een belangrijke doelstelling van het Vlaamse beleid is.

De VCB is niet tegen verdichting en evenmin tegen de ontwikkeling van stationsbuurten. Zij is wel gekant tegen een ruimtelijke ordening die bijna uitsluitend uitgaat van het huidige aanbod aan collectief vervoer. Vermits het witboek een visie tot 2050 wil aanreiken, moet het ook rekening houden met technologische (r)evoluties die tegen dan aanneembaar zijn, zoals (op korte termijn) het toenemende gebruik van elektrische fietsen en (op langere termijn) de opkomst van steeds meer elektrische en bovendien zelfrijdende auto’s.

Synthesekaart: gedifferentieerde ontwikkelingskansen - 2015

De typologieën B1 en B2 (gearceerd) komen nauwelijks voor in Vlaanderen (respectievelijk 19 en 5 ha, samen 0,0017 % van Vlaanderen)

vitokaart.jpg