Press room

VCB-reactie: niet de schaarse bouwgronden, maar stagnerend woonaanbod in onze centra zet bouwshift op de helling

Bouwshift valt of staat niet met 1% van Vlaamse oppervlakte, wel met kwaliteitsvolle verdichting 

Vandaag wijden een aantal organisaties in De Standaard een opiniestuk aan de voorziene schaderegeling voor de eigenaars van bouwgronden. Voor hen valt of staat de bouwshift met deze regeling. Voor de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) valt of staat de bouwshift met de versnelde uitrol van kwaliteitsvolle verdichtingsprojecten opdat gezinnen en huishoudens ook in de toekomst in een leefbare en betaalbare omgeving kunnen wonen, werken en leven. Dat betekent een ware shift in onze centra en kernen op het vlak van groen, waterbeheer, mobiliteit, energie en last but not least een groter en aangepast woonaanbod om de sterk stijgende vastgoedprijzen er tegen te gaan. Tot op vandaag liggen er evenwel geen concrete plannen of investeringstrajecten op tafel om dit te verwezenlijken voor de honderdduizenden gezinnen die er bijkomen in de volgende decennia. Maar de inkt vloeit al jaren rijkelijk over het beknotten van ruimte voor wonen en het beperken van schadevergoedingen. Daarbij is het goed om weten dat de voorraad aan schaarse percelen cruciaal is en slechts 1% uitmaakt van Vlaanderen. Bovendien zetten meer en meer gemeenten grote verdichtingsprojecten on hold en kondigen zij bouwpauzes af. Die aanpak helpt de bouwshift  niet op de rails te zetten, wel integendeel. Bovendien hypothekeert de toenemende onzekerheid bij de gezinnen, die het grote merendeel van de huis- en grondeigenaars uitmaken, het aanpakken van de klimaatuitdaging. 

1% van Vlaamse oppervlakte 

Volgens de Vlaamse overheid is er nog 42.000 ha in de juridische voorraad bestemd voor wonen. in de realiteit gaat het om 25.000 ha bijkomend ruimtebeslag. De overige 17.000 ha ligt in bestaand ruimtebeslag. Dat betekent concreet dat bijkomend nog maximaal 1 % van Vlaanderen kan ingenomen worden door nieuwe woningen en hun tuinen. Dat staat in schril contrast tot de doemscenario’s die vandaag opnieuw de wereld worden ingestuurd. Die voorspellingen hebben geen juridische basis en werden losgekoppeld van de gunstige trends waar de sector al geruime tijd op inzet: in de praktijk neemt de bijkomende impact van wonen jaar na jaar aanzienlijk af. 

Grondeigenaars zijn vooral gezinnen met snipperperceel 

Eigenaars van bouwgronden zijn in onze regio overwegend gezinnen met één (snipper)perceel voor hun kinderen of als spaarpotje. Die groep weerspiegelt 70 % van de naar schatting 150.000 eigenaars en zij hebben bijna de helft van de bouwgronden in handen. Bij de grootgrondbezitters met tien percelen claimen overheden het grootste marktaandeel (65%). 

Spelregels niet achteraf veranderen 

Al veertig jaar liggen de bestemmingen van percelen vast in de gewestplannen. En de voorbije decennia hebben gezinnen en eigenaars geïnvesteerd, geschonken, geërfd enz. conform dat uitgestippelde wettelijke kader. Bij elke overdracht hebben de nieuwe eigenaars telkens bijdragen aan de overheid betaald op basis van de venale of marktconforme waarde. En die waarde stijgt vanwege de toenemende schaarste. Gezinnen met een (snipper)perceel zijn niet het gevolg van toeval. Het gaat om een doordachte investering aangepast aan het juridische kader dat al decennia schaarste in de hand werkt. Alle bestemmingen liggen immers al bijna een halve eeuw vast in Vlaanderen, terwijl andere EU-landen zoals Nederland nog steeds bijkomende bouwgronden creëren. In onze regio is de beperkte en slinkende voorraad aan bouwgronden voor wonen een constante en het gaat bovendien om een belangrijke economische parameter. Zo blijkt uit VCB-analyse dat die reserve aan percelen essentieel is om globaal de vastgoedprijzen in de hand te houden. Achteraf de spelregels veranderen om de percelen van gezinnen in een handomdraai te neutraliseren, draait uit op politieke willekeur. 

Realiseren van klimaatdoelstellingen hangt in Vlaanderen af van gezinnen, die 90% van de eigenaars uitmaken 

“Aangezien 90 % van het onroerend goed in Vlaanderen in handen is van particulieren en huishoudens, is het eigendomsrecht net cruciaal om o.a. de klimaat- en energiedoelstellingen te behalen. Voor de VCB staat het partnership met de gezinnen voorop en rechtszekerheid is daarbij de noodzakelijke basisvoorwaarde. Doortastende aanmoedigingen waardoor zij hun eigen woonomgeving kunnen verbeteren en de waarde van hun eigendom kunnen verhogen, helpen aanzienlijk om maatschappelijk aan privaat belang te verbinden. Denk daarbij aan energetische renovaties, hergebruik en infiltratie van hemelwater, meer biodiversiteit in tuinen enz. De open brief van vandaag in De Standaard helpt niet het draagvlak voor deze doelstellingen te bewerkstelligen, wel integendeel”, besluit Marc Dillen, directeur-generaal van VCB.