Press room

Bouwsector grijpt niet te snel naar tijdelijke werkloosheid

Groot aantal bouwbedrijven wel degelijk in situatie van overmacht 

De VCB vindt de uitspraak van Vlaams minister-president Jan Jambon dat de bouw te snel gebruik maakt van tijdelijke werkloosheid  onterecht. Er zijn uiteenlopende factoren waardoor bouwbedrijven door de corona-maatregelen in een situatie van overmacht terechtkomen en dus wel gedwongen zijn gebruik te maken van het systeem van tijdelijke werkloosheid. Bouwbedrijven gaan niet zomaar dicht. Door de coronacrisis dreigen trouwens voor steeds meer bouwbedrijven liquiditeitsproblemen. Vaste kosten lopen onverbiddelijk door. Als zij sluiten, is dat een weloverwogen beslissing waarvoor zij niet over één nacht ijs gaan.  

Wanneer de maatregelen pas werden ingevoerd, heeft de politie hier ook zeer nauwgezet op toegezien. In bepaalde politiezones heeft de politie zelfs stevig gereageerd en bouwplaatsen stilgelegd waar dit niet nodig was. Bouwbedrijven kregen daarbij ook boetes opgelegd. Die werden trouwens ingevoerd om de maatregelen van sociale distancing strikt te handhaven. 

Uit een recente enquête van de Confederatie Bouw is gebleken dat 41% van de bouwbedrijven hun activiteiten de facto volledig moesten stopzetten omwille van de regels op de sociale distancing. Die regels handhaven op weg naar de bouwplaats en op de bouwplaats is zeker geen evidentie en vergt een grondige reorganisatie van de werken. 

Het ingeburgerde collectief vervoer naar de bouwplaatsen wordt door de regels op de sociale distancing helemaal niet evident. In camionettes mag enkel de chauffeur aan boord zijn. Aan een aantal medewerkers kan worden gevraagd om met de eigen wagen naar de bouwplaats te rijden. Als deze oplossing niet mogelijk is, vraagt de overheid om de activiteiten te stoppen. Ook in een werfkeet kan sociale distancing nauwelijks worden gehandhaafd. 

Sommige maatregelen werden nadien trouwens nog verstrengd. De FOD Binnenlandse Zaken heeft recentelijk gesteld dat alle bouwactiviteiten in bewoonde panden verboden zijn, met uitzondering van dringende herstellingen of interventies. Dit verbod treft alle aannemers die nu nog in bewoonde panden schilder-, stukadoor-, tegel- en schrijnwerken, installatiewerken en dergelijke uitvoeren. Precies deze verstrenging heeft de VCB ertoe aangezet om ook voor die bouwbedrijven de corona hinderpremie aan te vragen. 

Nog een probleem is de haperende bevoorrading van de bouwplaatsen. Ook dat bleek uit een enquête van de Confederatie Bouw. Bij de start van de maatregelen zorgde dit bij 61% van de bouwbedrijven voor problemen. Intussen heeft de Confederatie Bouw overeenkomsten afgesloten met binnenlandse leveranciers. Maar zeker als de bedrijven afhankelijk zijn van buitenlandse leveringen (voor bijvoorbeeld verlichtingsarmaturen en PV-panelen) heeft dat vaak tot gevolg dat zij ook daardoor in een positie van overmacht terecht kunnen komen. 

Tenslotte zijn er dan nog sommige opdrachtgevers die werken stilleggen. 

Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat heel wat bouwbedrijven door de coronacrisis in een toestand van overmacht zijn kunnen terechtgekomen en daardoor geen alternatief hadden dan de tijdelijke werkloosheid aan te vragen. Zoals minister-president Jambon stellen dat bouwbedrijven nu te snel gebruik maken van dit stelsel, vindt de VCB onterecht.