Press room

VCB vraagt uitbreiding van corona hinderpremie voor afwerkingsbedrijven en installateurs

Wegens federaal verbod op bouwactiviteiten in bewoonde panden  

De Vlaamse aannemers konden tot nu toe geen gebruik maken van de corona-hinderpremies. Maar op nationaal vlak werd nu uitdrukkelijk gesteld dat zij in bewoonde panden binnenshuis geen werken meer mogen uitvoeren tenzij bij hoogdringendheid. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt dan ook de corona hinderpremie uit te breiden tot de aannemers die door deze maatregel worden getroffen.  

De Vlaamse regering heeft de zogenaamde corona-hinderpremie van 4.000 euro uitgebreid naar alle ondernemingen en winkels die volledig moeten sluiten omwille van de coronamaatregelen. Maar bij de uitleg hierover door het VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen) wordt enkel verwezen naar de zaken die 'moeten' sluiten op basis van de beslissingen van het nationaal crisiscentrum. 

Tot nu toe behoorden de bouwbedrijven daar niet toe. Bouwbedrijven mochten tot nu toe in principe verder werken, mits respect voor de regels op de sociale distancing. Dus ging het VLAIO ervan uit dat het aan de Vlaamse bouwbedrijven geen hinderpremie moest toekennen. Uit een recente enquête van de Confederatie Bouw is nochtans gebleken dat 41% van de bouwbedrijven hun activiteiten de facto volledig moesten stopzetten omwille van de regels op de sociale distancing. Maar zij waren van overheidswege niet uitdrukkelijk verplicht om hun activiteiten stop te zetten. 

Daar is zopas verandering in gekomen. De FOD Binnenlandse Zaken heeft nu duidelijk gesteld dat alle bouwactiviteiten in bewoonde panden verboden zijn, met uitzondering van dringende herstellingen of interventies. Dit verbod treft alle aannemers die nu nog in bewoonde panden schilder-, stukadoor-, tegel- schrijn-, installatiewerken en dergelijke uitvoeren. 

Omwille van deze verduidelijking en dus het uitdrukkelijke verbod vraagt de VCB dat de Vlaamse overheid de corona-hinderpremie tot die bouwbedrijven zou uitbreiden.