Press room

Zuiveringsgraad is voorbije zes jaar met amper 5% verhoogd

Nieuwe gemeentebesturen moeten veel meer inspanningen leveren en investeren 

In Vlaanderen is de zuiveringsgraad er de laatste zes jaar met amper 5% op vooruitgegaan en bedraagt nu bijna 84%. Dat betekent dat in Vlaanderen nog altijd 16% van het afvalwater niet gezuiverd wordt. In de bestuursperiode 2000-2006 en 2006-2012 ging de zuiveringsgraad er respectievelijk nog met 15% en 16% op vooruit. Het ritme waartegen extra afvalwater wordt gezuiverd, is de laatste jaren dus in belangrijke mate vertraagd. Tegen 2027 moet Vlaanderen voldoen aan de Europese kaderrichtlijn Water. Dit impliceert dat het Vlaamse oppervlakte- en grondwater tegen dan van goede kwaliteit moet zijn. Dat gaat niet zonder voldoende zuivering. Het beleid van de nieuwe gemeentebesturen is cruciaal om deze doelstelling tijdig te bereiken.  

Bij 51 van de 308 Vlaamse gemeenten ligt de zuiveringsgraad volgens de statistieken van de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) van december 2018 nog altijd op 60% en lager. Bij nog eens 89 gemeenten ligt de zuiveringsgraad tussen 60% en 80%. Bij amper 48 gemeenten ligt de zuiveringsgraad boven 95%. De slechtst presterende gemeenten bevinden zich vooral in het Hageland, in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in West-Vlaanderen. In Duitsland en Nederland daarentegen is nu al een zuiveringsgraad van respectievelijk 97% en 99% bereikt. 

Uit een recente nota van Aquafin over een betaalbare realisatie van het Vlaamse waterbeleid blijkt dan ook dat 87% van de Vlaamse waterlopen kwalitatief slecht of ontoereikend scoren terwijl het aandeel van de slecht of ontoereikend scorende waterlopen in Duitsland en Nederland al is teruggedrongen tot respectievelijk 55% en 65%. Vlaanderen hinkt op dit vlak achterop. Met het huidige zuiveringsritme slaagt Vlaanderen er niet in tegen 2027 een zuiveringsgraad boven 95% te bereiken. 

Slechts in zeer beperkte mate (1 à 2%) moeten gezinnen zelf het afvalwater zuiveren. Het zijn de gemeenten en de intercommunales die voluit in nieuwe rioleringen en in het onderhoud van bestaande rioleringen moeten investeren. Een belangrijk knelpunt daarbij is de suboptimale besteding van de saneringsbijdrage. In 2016 ging het om maar liefst 422 miljoen euro. Een ander probleem is de te trage doorlooptijd van met name projecten op basis van gecombineerde dossiers (van gemeente en Vlaamse overheid). De gemiddelde doorlooptijd van een rioleringsproject loopt op tot 5 à 7 jaar. 

Tegelijk is het belangrijk Vlaanderen beter te verdedigen tegen wateroverlast ten gevolge van de klimaatverandering met zijn langere droogte- en intensievere regenvalperiodes. In periodes van langdurige droogte, zoals in 2018, stijgt het belang van de beschikbaarheid van gezuiverd water. Door de intensievere regenvalperiodes is de schade door wateroverlast in 2016 al opgelopen tot 305 miljoen euro. 

Nogal wat stedelijke woonzones – ook terreinen die nu al bebouwd zijn – liggen in overstromingsgevoelige gebieden. Om in deze gebieden verdichting mogelijk te maken moeten investeringen in waterzuivering en waterbeheersing beter op elkaar worden afgestemd. Hemelwaterplannen zijn daartoe een nuttig instrument. De gemeenten zouden ertoe moeten worden verplicht zo’n plan op te maken. 

Gemeenten moeten ook ruimte geven aan creatieve oplossingen op het vlak van waterrobuust en waterbewust bouwen, zoals infiltratiesystemen, groendaken, wadi’s en het ontzegelen van pleinen. Op basis van deze ingrepen moet het mogelijk blijven in overstromingsgevoelige gebieden met een harde bestemming toch nog omgevingsvergunningen toe te kennen. Een idee dat hierbij nauw aansluit, betreft de realisatie van zogenaamde ‘groenblauwe’ netwerken die de effecten van de klimaatverandering op de steden kunnen verzachten. 

Belangrijk in dit verband is ook de volledige afwerking van het geactualiseerde Sigmaplan. In het kader van dit plan moeten er tegen 2030 nog elf gecontroleerde overstromingsgebieden bijkomen. In 2018 werd aan vijf daarvan al gewerkt maar moesten zes andere nog worden voorbereid. De mogelijkheid om bouwvergunningen toe te kennen moet continu aan de realisatiegraad van dit plan worden aangepast.

zuiveringsgraad.jpg