Press room

Vlaamse steden moeten even leefbaar worden als buitengebied

Voor miljarden euro extra in stadsvernieuwing investeren

Bouwbedrijven peilen systematisch naar de woonwensen van de Vlamingen en werken ernaar. Uit hun enquêtes is gebleken dat een groot deel van de Vlamingen op het platteland wil wonen en slechts een kleine minderheid in de stad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Vlamingen ongerust zijn over de zogenaamde ‘betonstop’ in het buitengebied. In haar visierapport Bouwers en burgers: één front roept de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) de Vlaamse regering en de Vlaamse gemeenten op om ook meer naar de burgers te luisteren. Meer stedelijke verdichting zal een grondige mentaliteitswijziging vergen en voor miljarden euro extra investeringen om de steden even leefbaar te maken als het platteland. Als de overheid dit proces geen tijd gunt, zal zij dwang moeten gebruiken, met nog meer ongerustheid tot gevolg.  

De kloof tussen de woonwensen van de Vlamingen en de plannen van de Vlaamse overheid is de laatste jaren groter geworden. Uit tal van enquêtes blijkt grote tevredenheid over de huidige woonomgeving. Maar stadsbewoners zijn duidelijk minder tevreden over de netheid van en het groen in hun omgeving. Studenten, carrièrestarters en senioren komen terug naar de stad maar gezinnen met kinderen blijven de steden ontvluchten. Plattelandsbewoners van hun kant hebben schrik dat zij onder druk van de betonstop naar de stad zullen worden verjaagd. Vooral -34-jarigen die nog geen woonstek hebben gevonden, zijn pessimistisch over de toekomst. 

Er worden studies gemaakt om de extra kosten te berekenen van een bevolking die verspreid leeft over het platteland. Maar er werd nog niet berekend hoeveel het kost om aan volledige steden dezelfde graad van leefbaarheid en dezelfde woonkwaliteit te bezorgen als op het platteland. Dit vergt in de steden massaal investeringen in extra fietsverbindingen, frequent bediende netwerken van openbaar vervoer, extra groene plekken als antwoord op het hitte-eiland-effect, meer ruimte om water te bufferen en zo wateroverlast te voorkomen. Buiten de vernieuwing van de stads- en dorpskernen komen er nieuwe uitdagingen: de grondige vernieuwing van de verouderde 19de eeuwse gordel en een complete remake van de 20ste eeuwse gordel. 

Fors extra investeren tot 5% van bbp 

De ongeveer 5 miljard euro die private en publieke partijen de laatste vijftien jaar in stads- en dorpskernvernieuwing hebben geïnvesteerd, vormen slechts een peulenschil van de investeringen die de komende decennia vereist zijn. Na de eerste golf van stads- en dorpskernvernieuwingsprojecten is de komende jaren dringend een nieuwe golf vereist. Naast de private partijen die de laatste 15 jaar al voor minstens 2,6 miljard euro in stads- en dorpskernvernieuwing investeerden, moeten ook de nieuwe gemeentebesturen hiervoor geld vrijmaken. Zij moeten daartoe hun investeringsbudget fors optrekken. Dat ligt nu veel te laag. Zelfs in een verkiezingsjaar was er dit keer amper sprake van een investeringspiek. 

Voor de komende vijf jaar pleit de VCB voor de Vlaamse en federale regering en de gemeenten samen voor een investeringsnorm van 5% van het bbp (bruto binnenlands product). Op basis van de berekeningen van minister-president Bourgeois komt dit neer op ongeveer 50% meer dan nu. Tegen 2030 zullen tien gemeenten (Antwerpen, Gent, Mechelen, Aalst, Vilvoorde, Hasselt, Roeselare, Geel, Sint-Niklaas en Heist-op-den-Berg) een kwart van de Vlaamse bevolkingsgroei opvangen. Vooral die gemeenten moeten extra middelen krijgen om voor de bijkomende gezinnen in een kwaliteitsvolle woonomgeving te voorzien.  

De steden meer leefbaar maken wordt sowieso een werk van lange adem. Nu al tegen 2040 naar nul extra ruimtebeslag in het buitengebied streven vooraleer zicht te hebben op de realisatie van deze grootschalige vernieuwingsoperatie, dreigt de betaalbaarheid van het wonen in het gedrang te brengen. 

Meer draagvlak creëren 

Om een draagvlak te creëren voor verdichting zal de overheid ook een ander communicatiebeleid moeten voeren met focus op een positief toekomstbeeld over hoe we in de toekomst samen zullen wonen en werken. Hetzelfde geldt trouwens voor de realisatie van individuele projecten. Zo heeft de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) er al op gewezen dat de Vlaamse overheid te veel een top down benadering voert. Vandaar dat tal van projecten (ook tramprojecten) on hold worden geplaatst of jarenlang in de onderzoeksfase blijven steken. Ook deze tendens is illustratief voor de tijd die nodig is om tot een kwaliteitsvolle verdichting te komen. De overheid kan leren van projectontwikkelaars die wel duidelijk mikken op participatie van en op meerwaarde voor de buurt. 

Wat wij vanaf 2019 eveneens van de nieuwe gemeentebesturen en van de nieuwe Vlaamse regering verwachten is een aangepaste regelgeving die de verweving van functies (bijvoorbeeld van wonen en werken) daadwerkelijk toelaat, de integratie van meer groen in de steden (met name op de publieke ruimte), meer visie en minder regelneverij in de ruimtelijke planning. 

Inbreng van bouwprofessionals 

De bouwprofessionals zijn bereid mee te werken aan de realisatie van een meer leefbare woonomgeving in dorpen én steden. Door de groeiende complexiteit van regelgeving en projecten neemt hun impact trouwens almaar toe. Hun aandeel in de vergunningsaanvragen bedraagt in Vlaanderen intussen 62%. Bij hun projecten is multifunctionaliteit nu al het sleutelbegrip. De private initiatiefnemers onderzoeken systematisch in welke mate hun project de buurt met functies en voorzieningen verrijkt. 

Door te werken met bouwteams en via lean bouwen en met behulp van BIM (Building Information Modelling) en een almaar verder doorgedreven prefabricatie proberen zij de faalkosten te verminderen en de bouwkosten te verlagen. Tegelijk merken we bij de private initiatiefnemers een verschuiving van puur bouwen naar het aanbieden van diensten, de realisatie van zogenaamde ‘buildings as a service’. De toenemende belangstelling voor ESCO’s (Energy Saving Companies) maakt deel uit van deze tendens. 

Het visierapport van de VCB wordt vanavond voorgesteld in Le Plaza Brussels.

afbeeldingtrailer.jpg