Press room

Historische achterstand in infrastructuur vergt ambitieuze investeringsnorm

Huidige inspanningen kunnen slijtage aan infrastructuur niet bijbenen

Enkele cijfers maken snel duidelijk dat ons land niet de beste leerling van de klas is als het aankomt op de financiering van infrastructuurwerken. En dit is al langer aan de gang. Sinds de jaren 70 is de globale investeringsgraad van de overheid gehalveerd. Al sinds het midden van de jaren negentig slaagt de overheid er niet meer in met haar jaarlijkse investeringen de automatische waardevermindering van de bestaande kapitaalvoorraad bij te benen. Dat betekent dat de investeringen ontoereikend zijn om de natuurlijke slijtage aan infrastructuur tegen te gaan. Het gaat om een daling van de netto kapitaalstock met 15%-punt bbp sinds 1995 tot 36,5% bbp in 2015. Dat is de nettowaarde van alle niet-financiële activa die de overheid creëert: doorgaans zijn dit wegen en gebouwen.  

Daarnaast investeren de overheden in ons land gezamenlijk minder in openbare infrastructuur dan de gemiddelde investeringsgraad in de Eurozone die 1 % van het bbp bedraagt. Frankrijk en Nederland doen beter dan dit Europese gemiddelde met respectievelijk 1,3 en 1,6 % van hun bbp. 

Naast het belang om kwaliteitsvolle infrastructuur – zoals bruggen, wegen, duikers, publieke gebouwen enz. – als een goede huisvader in stand te houden, zijn publieke investeringen vanuit een economisch perspectief katalysatoren voor verdere economische groei. Die investeringen generen dan ook jobs maar ook inkomsten voor de overheid. Een minimale investeringsnorm voor de gezamenlijke overheid in ons land – vergelijkbaar met investeringsgraad in de ons omringende landen Nederland en Frankrijk – lijkt daarom noodzakelijk om de historisch opgebouwde achterstand goed te maken. En de infrastructuur in ons land kwaliteitsvol te houden en verder uit te bouwen in functie van de logistieke ambities die onze regio nastreeft. 

Bron voor cijfergegevens : http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1391729