Press room

Vlaamse infrastructuur en wegennet dienen dringend bij te benen

Inhaalbeweging rond mobiliteit nu doorzetten  

De dramatische gebeurtenissen in Genua hebben ook in ons land de aandacht gevestigd op de staat van de infrastructuur en het wegennet. Hoewel de inspectie en het onderhoud van o.a. bruggen gedegen en professioneel verlopen in Vlaanderen, circuleert al langer de lijst van ‘prioritaire kunstwerken’. Dat zijn bruggen, tunnels en duikers met een overspanning van meer dan vijf meter. Die lijst bevat een dertigtal bruggen waarvan de helft al 10 tot 20 jaar wacht op de nodige onderhoudswerken. 

Tot voor kort waren de investeringen in infrastructuur in Vlaanderen ontoereikend. Nu lijkt een inhaalbeweging ingezet maar de tijd dringt voor een regio die zich profileert als logistieke hub. Symptomatisch is immers dat het BBP van ons land bestemd voor publieke investeringen, tussen 1970 en 2017 daalde van 5 tot 2,5 %. 

Daarbij wijst de Vlaamse Confederatie Bouw o.a. op het belang van een slimme kilometerheffing. De opbrengsten ervan dienen integraal aangewend te worden voor mobiliteitsinvesteringen. Tot dusver gaat het merendeel richting algemene middelen voor de overheid. Het grootste deel van de opbrengsten van de kilometerheffing vloeit dus niet terug naar de gebruiker. De VCB vraagt dan ook aan de Vlaamse regering om te bekijken hoe de opbrengsten in grotere mate voor investeringen kunnen worden ingezet. Onlangs is bijv. gebleken dat het viaduct in Gentbrugge – dat deel uitmaakt van de lijst van prioritaire kunstwerken – nood heeft aan een grondige renovatie die al langer oponthoud kent.

Er bestaat immers een belangrijke behoefte aan structureel onderhoud en tegelijk moet de Vlaamse overheid op korte termijn werk maken van de realisatie van missing links en de nog resterende gevaarlijke verkeerspunten wegwerken. 

Met de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober in het verschiet, kan ook aangestipt worden dat er al geruime tijd sprake is van de forse vermindering van de gemeentelijke investeringen. Deze achteruitgang vormt een bijkomende reden voor de Vlaamse overheid om haar investeringen in infrastructuur – niet het minst onderhoud - verder uit te breiden.